Als je niet in het onderwijs werkt, schrik je daar misschien van.
Frustratie?! Gooit mijn kind dan de boeken door de klas? Scheurt ze bladzijden uit haar leesboek?
De onderwijsprofessional in mij zegt: maak je niet druk. Ze heeft nog tijd zat.
Dat zegt haar eigen juf trouwens ook. En daar heb ik alle vertrouwen in!
Maar de moeder in mij denkt toch iets anders.
Als moeder wil je niet dat je kind een achterstand oploopt.
Niet dat ze onzeker wordt.
Niet dat ze het gevoel krijgt dat ze ‘niet kan lezen’.
Ze hoeft echt niet de hoogste score van de klas te halen of rechtstreeks naar de universiteit. Maar ik wil wel dat ze in zichzelf gelooft.
Dus zat ik een paar dagen te dubben.
Doe ik iets? Of laat ik het?
Ik ben tenslotte leerkracht en remedial teacher. Ik kán haar dat extra zetje geven.
Maar wanneer help je… en wanneer push je?
In mijn werk ben ik juist degene die kinderen niet wil pushen. Het leerplezier staat voorop. Ik wil aansluiten bij wat ze al kunnen en van daaruit stapje voor stapje verder werken. Zonder druk.
Maar bij je eigen kind voelt dat toch anders.
Uiteindelijk heb ik toch een klein, eenvoudig interventieprogramma ingezet. Niet impulsief, maar na overleg met collega’s. Even gericht oefenen, kijken wat er gebeurt.
Het heeft me wel aan het denken gezet:
Wanneer ben je mama en wanneer ben je onderwijsprofessional?
Of blijf je, ook bij je eigen kind, toch altijd een beetje allebei?
📌 Kleine toelichting voor als de term onbekend is: In het leesonderwijs gebruiken we de term ‘frustratieniveau’ voor een niveau waarop een tekst nog té moeilijk is om zelfstandig te lezen. Er worden zoveel fouten gemaakt en het tempo ligt zo laag dat het lezen niet meer vloeiend gaat en het begrip verdwijnt. Het zegt dus niet dat een kind gefrustreerd is!