"Mijn kind scoort zwak op rekenen."
Als remedial teacher hoor ik dit regelmatig, maar een toetsuitslag vertelt vaak veel minder dan we denken.
Een lage rekenscore zegt niet automatisch dat een leerling met alle onderdelen van het rekenen moeite heeft.
Sterker nog: eerder dit schooljaar onderzocht ik een leerling uit groep 7 met een V-score op de rekencito. Op sommige rekenleerlijnen bleek hij al op groep 8-niveau te kunnen werken. Tegelijkertijd waren er ook onderdelen waarop hij nog rond groep 4-niveau functioneerde.
Dat verschil zie je niet direct terug in één toetsuitslag. Je kunt vaak wel zien op welke rekendomeinen een leerling uitvalt, maar nog niet welke specifieke leerlijnen daaronder liggen of op welk handelingsniveau de moeilijkheden ontstaan.
En juist die informatie heb je nodig om een leerling verder te helpen.
Want als een leerling vastloopt op een onderdeel waarvan de basis jaren geleden onvoldoende is ingeslepen, dan helpt extra oefenen op het huidige groepsniveau vaak maar beperkt. Daarom vind ik het zo belangrijk om verder te kijken dan de score alleen.
Welke vaardigheden beheerst een leerling al? Op welke leerlijnen functioneert hij wel en niet op het groepsniveau? En op welk handelingsniveau? Met een RD4-onderzoek kun je gedetailleerd in kaart brengen waar de ontwikkeling is vastgelopen. Pas als je dat weet, kun je gericht helpen.
Bij deze leerling zorgde dat inzicht ervoor dat we niet alles opnieuw hoefden te oefenen. We konden ons richten op de specifieke hiaten.
En daardoor kwam er weer beweging in zijn ontwikkeling.
Nu de eindtoetsen en methode-onafhankelijke toetsen achter de rug zijn, worden veel resultaten besproken. Maar misschien is de belangrijkste vraag niet:
"Hoe hoog of laag is de score?"
Maar:
"Wat heeft dit kind nodig om de volgende stap te kunnen zetten?"