“Ben jij niet helemaal kapot aan het einde van zo’n dag?”
Mijn collega vroeg het vorige week aan het einde van mijn werkdag. Ze zat die dag in dezelfde ruimte als ik te werken.
Ik had bijna de hele dag achter elkaar RT gegeven. Mijn laatste vier leerlingen waren allemaal leerlingen uit groep 8 die kwamen rekenen.
De laatste leerling maakte het me daarbij niet bepaald makkelijk. 😉
“Die sommen heb ik geen zin in hoor.”
“Oké, ik doe er nog eentje en dan is het klaar.”
“Deze doe ik niet. Dit weet ik niet.”
“En helpen hoeft ook niet, dit kan ik gewoon niet, punt.”
Naast het rekenen was ik dus vooral bezig met zoeken naar manieren om hem tóch weer even mee te krijgen. Een ander soort opdracht. Een andere werkvorm. Een kort praatje. Even succes laten ervaren.
En iedere keer lukte het weer om hem een klein stukje verder te krijgen.
Toen hij uiteindelijk de deur uit was, zei mijn collega:
“Ben jij niet helemaal kapot aan het einde van zo’n dag?”
Mijn antwoord kwam eigenlijk zonder nadenken:
“Nee, helemaal niet.”
Sterker nog: ik ga na zo’n dag vaak met een voldaan gevoel naar huis.
Omdat ik energie krijg van die kleine momenten.
Van een kwartje dat ineens valt.
Van een leerling die iets wat eerst niet lukte ineens wél kan.
Van een kind dat trots naar zijn eigen werk kijkt.
En misschien nog wel het meest van een leerling die eerst zegt “dit kan ik gewoon niet” en die je een paar minuten later tóch weer aan het rekenen hebt gekregen.
Dat zijn de dingen die mijn werk bijzonder maken.
Soms is het gewoon dat ene sommetje dat wél lukt.
Of dat moment waarop een kind ineens zegt: “Oh, maar nu snap ik het!”
Daar krijg ík dus energie van. Ook als het een lange dag hard werken is!
Van welke momenten in je werk krijg jij energie?