In de zomervakantie leren kinderen misschien minder rekenstrategieën of spellingregels. Maar leren ze dan niets?
Deze vakantie zag ik mijn dochter ineens uit zichzelf een boek pakken. Naast de momenten waarop ze van mij moet lezen, koos ze steeds vaker ook zélf voor een boek. Mooi om te zien dat lezen niet alleen iets was wat moest, maar ook iets wat ze zélf wilde.
Ik hoorde mijn zoontje voor het eerst een vraag beantwoorden van een ander kindje. Een kindje dat hij niet kende. Voor hem een enorme stap!
Mijn kinderen leerden nieuwe spelletjes, oefenden met winnen en verliezen en ontdekten dat plannen soms anders lopen dan verwacht. En ze bleken daarin verrassend flexibel te zijn. Ze gingen voor het eerst zonder papa en mama naar de speeltuin op de camping én vonden zelfstandig de weg weer terug.
En als je op de camping om je heen kijkt, zie je continu dit soort situaties. Kinderen die voor het eerst zonder zwembandjes zwemmen, leren pingpongen, vakantievriendjes leren maken, ‘s ochtends zelfstandig een stokbroodje gaan bestellen in het Frans. Zo kan ik nog wel even doorgaan.
En ineens dacht ik: eigenlijk zit een vakantie ook écht vol leermomenten. Alleen zijn ze misschien minder zichtbaar dan op school.
Doordat de dagelijkse routine wegvalt, oefenen kinderen met flexibiliteit. Ze worden zelfstandiger en ontdekken wat ze durven en wat ze nog spannend vinden. En soms maken ze ineens een stap waarvan je niet wist dat die al mogelijk was. Misschien nemen kinderen na de vakantie wel meer mee terug naar school dan we op het eerste gezicht denken.
Natuurlijk is het goed om in de vakantie te blijven lezen of aandacht te besteden aan een schoolse vaardigheid die dat nodig heeft. Maar laten we niet vergeten dat leren niet alleen aan een tafeltje gebeurt, met een werkboek voor je.
Juist in die vakanties worden mooie sprongen gemaakt! En vaak zijn het juist die kleine momenten waarop je als ouder ineens denkt:
“Kijk eens wat je al kunt!”